Overig gestelde vragen

Door het gebruik van zogenaamde Perfect Fit LED (halogeen eruit, LED erin) wil de architect steeds vaker hetzelfde armatuur als Noodverlichting toepassen. Een laagvolt halogeen armatuur mocht niet als Noodverlichting gebruikt worden, maar hoe zit dit met een armatuur met een Perfect Fit LED?

Armaturen die voor noodverlichting gebruikt worden dienen aan de eisen te voldoen die staan beschreven in de productnorm NEN-EN-IEC 60598-2-22. Hierin staan eisen voor elektrotechnische veiligheid, kwaliteit van toegepaste materialen en componenten. Een glow-wire test van 850 graden is onderdeel van de toetsing. Als u armaturen voor algemene verlichting wilt voorzien van een noodverlichtingsfunctie, dan zal het eindresultaat ook aan deze norm moeten voldoen. Verder dient de lichtbron die in nood wordt ingeschakeld zichtbaar te worden voorzien van een groene stip van tenminste 5 mm, zodat deze herkend wordt als noodverlichting.
Verder dient het resultaat te voldoen aan de eisen zoals gesteld in de toepassingsnorm NEN-EN 1838. Belangrijkste eis hierin is een maximale verhouding van het verlichtingsniveau op grondniveau van 1:40. Met bijvoorbeeld downlights is dit heel lastig te realiseren omdat de optiek hiervoor niet geschikt is. Deze levert een smalle bundel licht, terwijl voor noodverlichting een gelijkmatige spreiding van weinig licht over een grote afstand gewenst is.

Is het verplicht voor armaturen als hier een noodverlichting unit voor gezet of in gebouwd wordt dat het aan de buiten kant te zien moet zijn dat dit een noodverlichting.

De productrichtlijn voor noodverlichtingsarmaturen (NEN-EN-IEC 60598-2-22) vereist dat de lichtbronnen gebruikt voor noodverlichting gemarkeerd zijn middels een groene stip met een diameter van minimaal 5 mm. Dit kan een sticker zijn.

De NVFN adviseert om, voorafgaand aan het aanbrengen van de noodstroomunit, de onderstaande selectiecriteria te hanteren. Dit ter beoordeling of het te behalen resultaat aan de bestaande norm en regelgeving zal voldoen. Een paar belangrijke aandachtspunten:

–          Is er een polair lichtdiagram met informatie over lichtopbrengst en spreiding aanwezig? Lichtspreiding in nood dient te voldoen aan de norm NEN-EN 1838. Daarin staat dat de verhouding tussen de minimale en de minimale verlichtingssterkte van de as van de vluchtroute niet meer mag zijn dan 1:40. In de praktijk blijkt vaak lastig te realiseren met armaturen bedoeld voor algemene verlichting..

–          Intern beschikbare ruimte voor een in te bouwen noodstroomunit. Hierbij is het van groot belang de warmtehuishouding in de armatuur in de beoordeling mee te nemen. Is er onvoldoende ruimte aanwezig in de armatuur, dan dient beoordeeld te worden of een noodstroomunit extern gemonteerd kan worden. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de toepassingseisen, zoals bijvoorbeeld: stofdichtheid, waterdichtheid, omgevingstemperatuur, gasdichtheid, slagvastheid, vandalismebestendigheid enzovoorts. Bij gebruik van een externe noodstroomunit moet deze minimaal de toepassingseisen van de armatuur kunnen evenaren.

–          De behuizing dient bestand te zijn tegen de gloeidraadproef bij 850 graden Celsius.

Zijn er pictogrammen om rolstoelers te informeren over de vluchtroute?

De huidige pictogramnorm NEN-ISO 7010 voorziet niet in speciale pictogrammen voor mensen in een rolstoel. Als het extra veiligheid biedt, dan kan dit als aanvulling natuurlijk wel worden gebruikt. In andere Europese landen zijn hier al wel standaarden voor ontwikkeld (Frankrijk, Groot Brittannië). Fabrikanten kunnen op basis hiervan op verzoek pictogrammen aanbieden.

Is onderhoud van noodverlichting verplicht in een leegstaand pand?

Risico’s vormen het uitgangspunt bij het nemen van veiligheidsmaatregelen, zoals een brandmeldinstallatie, blusmiddelen en ook noodverlichting. Als er risico’s zijn, dan moeten er adequate maatregelen worden genomen. Als het leegstaande gebouw wel incidenteel gebruikt wordt, dan kan er een noodzaak zijn maatregelen, zoals noodverlichting,  te treffen. Als het gebouw ononderbroken leeg staat en er alleen beheer in het gebouw plaatsvindt (om bijvoorbeeld verval tegen te gaan) is noodverlichting geen noodzaak. Voor een incidenteel rondje door het gebouw kan een zaklamp ook een adequate maatregel zijn, bijvoorbeeld.

Als een (nieuw) noodverlichtingsarmatuur is ontworpen en het voldoet aan alle eisen die daarvoor noodzakelijk zijn, ben je dan verplicht om een extern keurmerk (en zo ja, welk keurmerk is dit) er op aan te laten brengen of kan je volstaan met een eigen documentatie wat aangeeft dat je aan alle eisen hebt voldaan?

Noodverlichting dient aan diverse normen en richtlijnen te voldoen. Certificatie door een derde partij is niet verplicht. Desgevraagd dient de fabrikant wel een conformiteitsverklaring af te geven. Uiteraard dient een gedegen dossier hieraan ten grondslag te liggen. Dit is ook nodig om het CE-keurmerk te mogen voeren op de producten.

Kunt u mij adviseren wat voor nood/vluchtverlichting geïnstalleerd kan worden in ruimtes (zoals een yoga lokaal) zonder de duisternis te veel te verstoren?

Vluchtroutes moeten worden uitgerust met vluchtrouteverlichting en -aanduiding. In de ruimtes waar Yoga wordt gegeven is dit alleen noodzakelijk als deze groter zijn dan 60 m2. Als dit het geval is, dan is verduistering niet veilig en ook niet toegestaan. De pictogrammen moeten dan duidelijk  zichtbaar zijn. Er zijn wel producten op de markt die zo min mogelijk strooilicht verspreiden. Deze worden ook gebruikt in de horeca (bijvoorbeeld theaters en bioscopen).

Moeten de groene bordjes na sluitingstijd van een kantoor blijven branden?

Vluchtrouteaanduiding (groene bordjes) mogen na sluitingstijd worden uitgeschakeld zolang er kan worden gewaarborgd dat er niemand meer in het gebouw aanwezig is.

Op grond van welke norm dient een mivatoilet en de bijbehorende voorruimte van noodverlichting te worden voorzien?

NEN-EN 1838 augustus 2013 –       artikel 4.1.2 k

Waarom een vluchtroute aanduiding in de voorruimte van de koel- en vriescel?

We zien de gang tussen de twee ruimten als een vluchtweg. Wanneer een nooduitgang niet direct zichtbaar is, moet een verlichte, richting aangevende signalering (of een reeks van      signaleringen) zijn aangebracht om te helpen bij het zich verplaatsen naar de nooduitgang (NEN-EN 1838).

Een middenspanningsruimte is voor derden niet toegankelijk en verdraagt geen installaties van derden, die worden door het energiebedrijf zelf ingericht.

Dit betekent nog steeds dat deze ruimte aangezien kan worden voor een werkplek met verhoogd risico. In dit geval bepaalt het energiebedrijf op welke wijze ze willen voldoen aan een veilige werkomgeving voor hun medewerkers (Arbowetgeving). Hierbij is een mogelijke oplossing het toepassen van noodverlichting volgens NEN-EN 1838

Is het niet zo dat buiten zelfs in een maanloze  nacht meer dan 1 lux te meten valt?

Wanneer 1 lux bij een maanloze nacht wordt gemeten, dan is er óf sprake van strooilicht van bijvoorbeeld straatverlichting, óf van een niet correct gekalibreerde meter (voor het meten van deze lage waardes zijn zeer nauwkeurige en goed gekalibreerde meters nodig). Bij een algehele spanningsuitval bij een bewolkte of maanloze lucht haal je de 1 lux echt bij lange na niet. Om de projectie van noodverlichting te laten voldoen aan NEN EN 1838 dienen de nooduitgangen aan de buitenzijde dus voorzien te worden van noodverlichtingsarmaturen.

Moeten alle gecontroleerde armaturen na onderhoud gestickerd worden?

Nee, stickeren van een noodverlichtingsarmatuur toont alleen aan wanneer een armatuur is gecontroleerd. Dit kan een aanvulling zijn van de registratie. Registratie om aan te tonen dat er adequaat onderhoud is verricht doet men bijv. door het bijhouden van een logboek. Een logboek van een noodverlichtingsinstallatie geeft veel meer inzicht in de status van de noodverlichtingsinstallatie.

Welke gegevens in een logboek worden geregistreerd verwijzen we graag naar praktijkgids NVFN of ISSO publicatie 79.

Is het vanuit de wet- en regelgeving noodzakelijk om noodverlichting aan te brengen in een dierenverblijf?

Als het geen werkplek betreft zijn er geen verplichtingen voor noodverlichting in dierenverblijven.

Wij kunnen ons wel voorstellen dat bij calamiteiten waarbij dierenverblijven geëvacueerd dienen te worden (nood)verlichting nodig is. Voor zover wij weten zijn daar geen wettelijke bepalingen voor. Het is aan de verantwoordelijke voor de veiligheid om de risico’s in te schatten en adequate maatregelen te treffen.

Mogen wij een standaard verlichting armatuur (welke op een Noodgroep aangesloten is en gevoed wordt door de NSA binnen 10 sec na stroom uitval en op volle sterkte brand na 15 sec) gebruiken als Noodverlichting?

Bij gebruik van een NSA dient er rekening worden gehouden dat bij lokale spanningsuitval, de ruimte waar noodverlichting is toegepast, binnen de gestelde tijd gaat branden.

Voor een veilige gebouwsituatie adviseren wij om de installatie volledig aan de in Nederland geldende normering te laten voldoen. Dit betekent dat de noodverlichtingsarmaturen moeten voldoen aan de volgende normen;

NEN-EN-IEC 60598-2-22 en

NEN-EN 50172. De centrale voedingssysteem moet voldoen aan de norm NEN-EN 50171. En de noodverlichtingsinstallatie moet voldoen aan NEN 1010.